Koken kost geld. Om te kunnen groeien, moet je eerst durven investeren. Veel start-ups gaan op een bepaald moment extern kapitaal ophalen, vaak zelfs verschillende keren. We nemen je mee langs FFF, angel investors en VC’s. Langs (pre-) seed funding en A-, B- en wie weet zelfs C-rondes.

Start-ups kunnen op twee manieren groeien. Je kan bootstrappen: puur groeien op het geld dat je klanten binnenbrengen. Volgens een Vlerick-studie zijn 4 op de 10 scale-ups in Europa op die manier gegroeid. Of je kan externe investeerders aantrekken om je groei te boosten. In één of meerdere kapitaalrondes ga je dan op zoek naar extern kapitaal. We zetten die rondes (chronologisch) op een rijtje.

Pre-seed funding (pre-zaaikapitaal)

Deze allereerste ronde, helemaal aan het prille begin, wordt wel eens vergeten in de cyclus van kapitaalrondes. Hier staat je start-up nog nergens. Je hebt geen personeel, geen product en geen klanten. Alleen een idee. Maar je hebt geld nodig om een eerste prototype of een eerste proof-of-concept te bouwen.

Omdat je nog niets in handen hebt om te tonen aan buitenstaanders, laat staan om hen te overtuigen in je start-up te investeren, komt pre-seed funding vaak van zogenaamde FFF’s: friends, family and fools. Alles samen gaat het bij de meeste start-ups om een paar tienduizend euro. Net genoeg om de bal aan het rollen te brengen.

Seed funding (zaaikapitaal)

Om te kunnen oogsten, moet je eerst zaaien. De seed-ronde gebeurt nog altijd in een vroeg stadium. Nu haalt je start-up geld op om dat eerste prototype om te toveren tot een MVP, een minimum viable product waar je de markt mee op kan om je eerste klanten binnen te halen. In deze fase kan je nog geen concrete resultaten voorleggen, je investeerders moeten dus afgaan op je team en op het potentieel van je product en je verdienmodel.

In het zaaikapitaal zijn het vaak de zogenaamde angel investors die het voortouw nemen. Al wint crowdfunding aan populariteit en zijn er ook investeringsfondsen en VC’s die nu al aan boord komen, voor de concurrentie in een volgende fase te groot wordt. De gemiddelde bedragen bij een seed-ronde schommelen tussen 100.000 euro en 1 miljoen euro.

Series A of A-ronde

Bij een A-ronde heeft je start-up al de nodige tractie gekregen. Je kan investeerders meetbare KPI’s voorleggen: aantal gebruikers, loyauteit, churn rate, omzet natuurlijk. Je overtuigt investeerders met een businessplan dat je omzet exponentieel kan verhogen. Als je bijvoorbeeld 1 miljoen euro wil ophalen, zal je met dat kapitaal een omzetgroei realiseren die een pak hoger ligt dan die 1 miljoen.

De opgehaalde bedragen bij een A-ronde variëren, van 1 miljoen tot 5 of 6 miljoen euro. Meestal wordt een Series A aangevoerd door één venture capitalist. VC’s tonen trouwens een groeiende belangstelling voor A-rondes of early stage investeringen. Door de groeiende competitie tussen investeerders willen ze niet riskeren dat ze té lang wachten en pakweg de nieuwe Airbnb mislopen.

In de start-up wereld is de ‘Series A crunch’ een begrip. Het wil zeggen dat in deze ronde heel veel start-ups niet meer aan kapitaal geraken. Na de seed-ronde moeten ze nu harde KPI’s op tafel liggen, die ook nog eens hun schaalbaarheid bewijzen. Lang niet alle start-ups slagen daarin.

Series B of B-ronde

Bij een Series B lopen de geïnvesteerde bedragen fors op, richting 10 miljoen euro of zelfs hoger. Vaak zijn het dezelfde VC’s uit de A-ronde die hier hun investering opdrijven. In deze fase willen start-ups nieuwe markten aanboren of nieuwe doelgroepen aanspreken.

De investeringen gaan niet alleen naar technologie, maar ook naar mensen. Het foundersteam heeft versterking nodig, van stevige profielen die vaak een al even stevig loon vragen. Vanaf een Series B moesten start-ups in het verleden vaak naar het buitenland uitwijken. Maar de laatste jaren is in de Belgische VC-wereld meer en meer geld beschikbaar gekomen, zodat ook in eigen land heel wat mogelijkheden zijn voor razend ambitieuze start-ups die veel kapitaal willen ophalen.

Series C of C-ronde

Als je bedrijf ooit aan een Series C begint (en zo zijn er niet heel veel), dan ben je de start-upfase al ontgroeid. Je wil een nieuw product bouwen en lanceren, of je wil zelfs al een concurrent overnemen. Bij een Series C praten we al snel over een kapitaalinjectie van een paar tientallen miljoenen euro’s.

Scale-ups die het tot een Series C uitzingen, kunnen al een palmares voorleggen. Dat lokt de aandacht van een nieuwe groep investeerders: institutionele beleggers met een dikke portefeuille die de risico’s schuwen en kiezen voor scale-ups met een grote kans op een succesvolle exit.

Klaar om te pitchen naar investeerders? Ontdek hier onze best pitch tips én pitch deck!